Ceci n’est pas un roman

Ik las Plattegrond van een jeugd van Wanda Reisel en kort daarvoor haar roman Baby Storm. Een interessante herhaling kwam ik tegen:

Fragment Baby Storm (2008):

… ik vertelde er maar niet bij dat ik al mijn hele leven nachtmerries had van een baby die ik op straat vond, en die ik snel naar een ziekenhuis moest brengen, maar onderweg werd het nekje van het kind van stopverf en rekte uit tot een heel dun draadje en dan wist ik van paniek niet hoe ik het kopje en lichaampje bij elkaar moest houden.

En dan uitgebreider in Plattegrond van een jeugd (2010):

God weet waarvandaan krijg ik een pasgeborem babytje in mijn handen gedrukt. Het is een droom, want de baby is nog helemaal nat en glad van de geboorte. Hij is heus niet zo makkelijk vast te houden met al die bloederige glibber, maar ik ren zo hard ik kan naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis in de binnenstad. Terwijl ik zo aan het hollen ben en het hoofdje op en neer hobbelt, rekt zijn kleine nekje uit als stopverf. Ik ondersteun het hoofdje wel, maar het nekje is intussen een elastiekje geworden, en hoe groot de paniek bij mij is, valt niet te beschrijven. Een kind is onder mijn handen aan het smelten en ik weet niet wat ik moet doen of hoe het zo gekomen is.

Zo mooi hoe dit ene stukje terugkomt in een langere, uitgewerkte en nog beeldender beschrijving. Het laat precies zien wat Wanda Reisel doet met woorden: hoe visueel zij schrijft, hoe zij soms in een korte zin, soms in een langere beschrijving beelden tot leven roept die je je echt voorstelt, al zijn ze behoorlijk bizar. Een mooi voorbeeld is ook het hoofdstuk ‘Aan mijn kant’ (in Plattegrond) waarin de hoofdpersoon alles in letters ziet (‘Mijn schoenen hadden rondom de zool rechtopstaand de verende rubberletters S C H O E N staan en ik wist dat op mijn buik het woord P I J N te lezen was.’)

En natuurlijk is het interessant en voer voor psychologen om te speculeren over de betekenis van deze droom, deze baby die in je armen sterft. In Plattegrond van een jeugd geeft Reisel meer uitleg, over dit visioen en waarom de verteller geen kinderen wil, en in een andere passage over hoe zij ‘gaandeweg gefascineerd raakt door de randen van het menselijk brein, door wat waanzin en verbeelding vermogen’. Plattegrond van een jeugd is daarmee zo veel meer dan een verzamelijk ‘stijloefeningen en schetsen’, zoals de auteur zelf achterin zegt, het is het verhaal van haar schrijversschap, haar oeuvre. Daarom is een boek altijd meer dan één boek, maar een deel van een oeuvre, daarom doet het er niet toe of iets een roman is of een verhalenbundel.

Want ja, terwijl ik vorige week nog schreef over de verkoopresultaten van Libris-winnaars, is inmiddels ophef over het nieuws van Libris om verhalenbundels uit te sluiten van de wedstrijd. Sanne van Hassel heeft er al tegen geageerd, en terecht. Ook Elsbeth Etty schreef in NRC dat het gaat om de verkoopcijfers, dat men liever geen prijs geeft aan ‘alweer een onverkoopbaar boek’. Ik ben dol op korte verhalen. Je leest een verhaal snel, maar een goed verhaal zet je lang aan het denken. Heerlijk is dat. Ik houd eigenlijk helemaal niet van die indeling in genres. Wat is Plattegrond van een jeugd? Het is geen gewone verhalenbundel, het is geen roman. Mag het dan geen prijs krijgen? Hmm.

Tot slot nog meer voer voor psychologen: dromen en hallucineren over baby’s, ja, dat is natuurlijk onderdrukt moedergevoel. Zoals in Ally McBeal, de ‘dancing baby’ die haar herinnert aan haar biologische klok. Er zijn zeker meer voorbeelden, maar daar kan ik nu even niet opkomen. Dan wel een (niet zo geweldig) plaatje van de dancing baby. 

  1. Nog geen trackbacks

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.