Vrouwen en cijfers

In mijn eerste blog verwees ik naar Elsbeth Etty, die zegt dat een vrouwelijke romancier vijf keer zo goed moet zijn als een man om succesvol te zijn. Maar valt dat ook te bewijzen? Vaak wordt er geroepen dat er te weinig vrouwen voor literaire prijzen genomineerd worden, maar waar zijn de cijfers? Maar één vrouw genomineerd! Weer niet gewonnen! Maar je kunt toch alleen een 50/50 verdeling van prijzen verwachten als ook de inzendingen voor de prijs 50/50 man-vrouw zijn? En dan de chicklit wegfilteren aub.

Op de Republiek der Letteren werd onlangs een andere vraag gesteld: waarom zijn vrouwenthrillers zo populair? Ook daar mag de onderbouwing wel wat beter. Er staan weliswaar negen boeken, geschreven door vrouwen, in de top 10 van spannende boeken van het CPNB, maar Saskia Noort, Simone van der Vlugt en Esther Verhoef staan er allemaal twee keer in. Wie de lijstjes van de afgelopen tien jaar bekijkt, en mannen/vrouwen wil turven, struikelt over de dubbele namen. Een lijstje van tien blijkt dan eigenlijk maar een top 4 van schrijvers te zijn, zoals in 2002: 6x Nicci French, 2x Baantjer, 1x Grisham, 1x Baldacci. Is Nicci French een man of een vrouw? En kunnen we met zo’n overzicht uitspraken doen over het hele landschap van thrillerschrijvers? Nee, gelukkig gooit de Republiek der Letteren het op de inhoud, met deze knappe definitie van de vrouwenthriller:

De hoofdfiguur in ‘vrouwenthrillers’ is, net als de verteller en de beoogde lezer, bijna altijd een vrouw. Een blanke vrouw welteverstaan, tussen de dertig en de vijftig en heel gewoon. Zonder exotisch beroep of extravagant of buitenissig uiterlijk. De enkele keer dat er een man aan het woord komt, overheerst ook bij dit vertelperspectief de herkenbaarheid voor vrouwen.

Mag ik, mag ik? Geef ik even mijn knappe definitie van de Nederlandse ‘literaire’ roman:

De hoofdfiguur in ‘literaire romans’ is, net als de verteller en de beoogde lezer, bijna altijd een man. Een blanke man welteverstaan, tussen de dertig en de vijftig en heel gewoon. Zonder exotisch beroep of extravagant of buitenissig uiterlijk. De enkele keer dat er een vrouw aan het woord komt, overheerst ook bij dit vertelperspectief de herkenbaarheid voor mannen.

Oké, nu serieus. Er is wel degelijk een vraag die mij intrigeert. Hoe komt het dat ik van sommige vrouwelijke auteurs bijna nooit gehoord heb, terwijl ze bijvoorbeeld wel een Libris hebben gewonnen? Waarom kende ik bijvoorbeeld D. Hooijer nog niet (Libris 2008, onlangs een erg goed verhaal in Tirade trouwens!) en Wanda Reisel (2x genomineerd voor Libris, krijgt nu veel lof voor Plattegrond van een jeugd)? De vrouwen die wél literaire erkenning krijgen, zijn dus helemaal niet zo bekend – en verkopen misschien ook niet zo goed? Hmm, weer zo’n veronderstelling. Ik wilde uitzoeken of dat waar was.

Dus ik heb gepoogd de literaire erkenning vs. verkoopcijfers in kaart te brengen. Om te beginnen (tja, dit kost tijd), de winnaars en genomineerden van de Libris en de Top 100 van de CPNB sinds 1997. Let op: die Top 100 is een lijst van alle boeken, inclusief Sonja Bakker en Harry Potter, we vinden er alleen de romans die meer dan 20.000, 30.000 exemplaren verkocht hebben. Maar toch. Wat blijkt uit mijn eerste overzicht? Even wat voorlopige conclusies:

  1. In de CPNB-top 10 van Nederlandse fictie (verkoopcijfers) was de verdeling man-vrouw tussen 1997 en 2004 nog wel 50-50, maar de laatste jaren staan er hooguit twee vrouwen, soms één in de top 10.
  2. Sinds 1997 kreeg slechts één vrouw de Libris Literatuur Prijs: D. Hooijer met Sleur is een roofdier. Onder de 77 genomineerden waren 19 vrouwen en 58 mannen. De verhouding bij genomineerden is dus 1 vrouw op 3 mannen; dat staat niet in verhouding tot de uitkomst van de prijzen, slechts 1 op 13.
  3. Van de dertien Libris-prijswinnaars (1997-2009) staan er acht in de CPNB top 100 (in het jaar van verschijning of later). D. Hooijer staat er bijvoorbeeld niet in, maar ook Tomas Lieske (Franklin, 2001) en Robert Anker (Een soort Engeland, 2002) halen die notering niet. 
  4. Van de 77 genomineerden staan 18 auteurs/romans in de top 100 als goed verkopend boek. Hieronder slechts twee vrouwen: Helga Ruebsamen (Het lied en de waarheid, 1998) en Anna Enquist (Contrapunt, 2009). De kans voor een man om na een nominatie in de top 100 te belanden, is ruim twee keer zo groot. En dan zijn vaak de verkoopcijfers nog eens een stuk hoger.

Ik heb het dus niet over de literaire erkenning, maar de vergelding daarvan: dat gaat mannen dus beter af. Zou voor schrijfsters gelden dat zij gemiddeld wat minder dan mannen op verkoopcijfers en promotie gericht zijn, zoals voor veel vrouwen op de werkvloer geldt? Het idee ‘Als ik echt goed ben, dan ontdekken ze mijn talenten vanzelf wel’. Moeten vrouwen meer marketen en Twitteren? Moeten uitgevers er meer aan doen? Of wekt dat juist weerstand, de weerstand die ik zeg maar voel als ik Heleen van Royen op de cover van haar laatste boekje aan een vulpen zie zuigen?

Maar dit is speculeren. Ik wilde het bij de cijfers houden.

  1. Nog geen trackbacks

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.