Desperate housewives
Zeker drie weken lag het dikke boek te slingeren op bureau, bank en nachtkastje: De man die van kinderen hield (1940) van Christina Stead lees je niet in één dag uit. Maar op zich ging het toch nog snel, Het schervengericht kostte me drie maanden, geloof ik, en het eerste deel van de biografie van Reve heb ik nog lang niet uit terwijl deel twee al in de winkel ligt (ehm, en bij mij in de kast dus, in plastic). Maar in De man die van kinderen hield kom je langzaam, heel langzaam op gang, tot je uiteindelijk, na 150 pagina’s zo’n beetje, de spanning pas echt voelt. Die spanning wordt steeds dwingender, het gevoel: Dit kan nooit goed aflopen.
Wat je dan niet moet doen, is het nawoord lezen van Randall Jarrell (ook opgenomen in de vertaling van 2009). Ik zeg het maar even, als spoiler alert. Laat de roman het verhaal vertellen. Ontmoet het geweldige karakter Henny, de most desperate housewife ever.
In 2008 kwam de hoorcollegereeks Overspelige vrouwen uit op CD, met hoorcolleges van Maarten van Buuren. De ondertitel van de reeks was ‘Hoorcollege over desperate housewives in de wereldliteratuur’. Nu ken ik Maarten van Buuren, hoogleraar Franse letterkunde, niet persoonlijk, maar ik denk dat hij minder vaak naar Desperate housewives kijkt dan ik. Anders zou hij wel weten dat de hoofdpersonen van deze tv-serie helemaal niet allemaal overspelig zijn. Natuurlijk zijn het stereotypes van bordkarton, maar wel vier verschillende stereotypes. Het zou toch veel interessanter zijn om die vier in de wereldliteratuur terug te vinden. Dat is ook niet zo moeilijk.
Laat ik beginnen bij Henny Pollitt-Collyer en Lynette Scavo, de échte wanhopige huisvrouwen, want ze zijn vooral desperate in die rol als housewife. Lynette Scavo is echt mijn favoriet in de televisieserie. Ze werkt hard, ze moedert hard, maar het is natuurlijk nooit goed genoeg. Ze heeft altijd wallen onder haar ogen. Ze heeft vier kinderen plus een bastaard van haar man en wordt dan nóg een keer zwanger, van een tweeling nog wel. Ze heeft kanker overleefd en de midlifecrisis van haar man. Ze heeft een sterk karakter, zoals een Amerikaanse ploetermoeder dat hoort te hebben, en een lieve lompe vent, met wie ze samen vecht voor alles wat goed is in hun gezin, hun relatie, hun leven. En als dat niet helpt, pak je gewoon de Ritalin van je ADHD-kinderen. Ze is ambitieus, maar ja, wat heb je eraan met al die kinderen? Als je Lynette ziet (gespeeld door Felicity Huffman) voel je je spontaan doodmoe.
Nou, neem Lynette en ga zestig jaar en een wereldoorlog terug in de tijd. Daar heb je Henny uit De man die van kinderen hield, iemand die ook niet gemaakt is als oermoeder, maar het toch maar moet zijn. Geen liefde, geen geld, wel een man en zeven kinderen, of acht, waarvan één van een andere vrouw en ook één van een andere man. Wat minder prenatale en postnatale zorg, heel veel minder welvaart. Een minnaar die haar op de minst fraaie manier dumpt. Een huis zoals in ‘Help, mijn man is klusser!’. Altijd hoofdpijn. Ach, hoe erg kan het zijn? Dit is natuurlijk het erge: een vrouw die alleen nog maar dood wil, en toch nog zeven kinderen moet opvoeden.
Het gaat niet alleen om de types, om deze vrouw, de roman biedt nog zoveel meer inzicht in de maatschappij, in relaties, in de rol van de vrouw en de man, in het huwelijk als instituut (but who wants to live in a fucking institution?). En dat voor een boek uit 1940. Wat een briljante roman.